Alle jaarfeesten in een overzicht

Op de vrije school vieren ze fanatiek alle jaarfeesten. Een super leuk gegeven, want je kind leert er de seizoenen en de veranderingen in de natuur beter mee kennen. Ook geeft het een beter begrip van tijd, door de herkenning van de thema’s die elk jaar terugkeren. Alleen als je kinderen (nog) niet naar de vrije school gaan, is het even wennen wanneer ook al weer welk feest werd gevierd. Wij maakte een overzicht voor je, in volgorde van januari t/m december.

Winter

Driekoningen (6 januari)
We vieren dat de koningen arriveren bij de stal waar Jezus geboren is. Caspar, Melchior en Balthasar brachten het kind goud, mirre en wierook. De koningen volgden de heldere ster om bij de juiste plek te komen, zij werden daarom ook wel magiers (of astrologen, zouden we nu zeggen) genoemd.

In de klas wordt een brood gebakken, daarin worden 3 boontjes verstopt. Degene die het boontje in zijn plak brood heeft, is die dag de koning en mag bepalen wat er gedaan wordt. Thuis verstopte we 1 boontje in het brood, het kind dat deze heeft mag kiezen wat we gaan ondernemen (speeltuin/bos/oid) en wat we eten!

Maria Lichtmis (2 februari)
Maria Lichtmis is het laatste lichtfeest (om licht te geven in de donkere dagen). Het daglicht wordt steeds langer en sterker. Moeder aarde bereidt zich voor op een nieuwe cyclus en op de lente.

Op dit laatste winterse jaarfeest branden we het laatste licht, de laatste kaarsjes, hierna zal dat niet meer nodig zijn. Kinderen maken de kaarsjes aan en zingen liedjes. Ook worden er zelf kaarsjes gemaakt in een halve walnoot met bijenwas en een lontje. Deze kan je laten drijven in een schaal water. In het licht van de laatste kaarsen eten we pannenkoeken.

Carnaval (7 weken voor pasen)
Vroeger vierden de mensen carnaval omdat erna een sobere vasten-tijd kwam.

In de klas (en thuis) is het een verkleedfeest. Wij wonen in Brabant, dus daar gaan we ook naar feestjes in gymzalen waar iedereen verkleed is. We eten worstenbroodjes en versieren het huis met serpentine en confetti.

Lente

Palmpasen (1 week voor pasen) / ‘Sakura’
Vol verwachting kijken uit naar het paasfeest en de natuur die langzaam weer tot leven komt. Van oorsprong herdenken we op deze dag de intocht van Jezus in Jeruzalem.

Op de vrije school maken ze versierde stokken, met een broodhaantje erbovenop. Het haantje staat symbool voor de nieuwe dag die staat te beginnen (de ontwakende natuur).

Wij vieren geen palmpasen maar Sakura. We hebben niet zoveel met de christelijke herkomst van de jaarfeesten, maar vieren de feesten om de kinderen een begrip van tijd te geven en mooie rituelen te hebben samen. Op vakantie in Japan maakte wij kennis met het kersenbloesem-feest ‘Sakura’ (japans voor kersenbloesem). De ontwaking van de eerst bloeiende boom staat symbool voor de lente die er aan komt! We knippen mooie bloesem takken voor binnen en picknicken buiten in de tuin.

Pasen (de eerste zondag na de eerste volle lente maan)
Misschien wel een van de bekendste jaarfeesten! Pasen is het feest Jezus opstond uit de dood (dit staat ook symbool voor het herleven van de natuur).

We schilderen eieren in de aanloop naar pasen en op zondag verstoppen we deze in de tuin. De kinderen zoeken met mandjes naar de eieren. Daarna gaan we lekker uitgebreid ontbijten.

Pinksteren (50 dagen na pasen)
Pinksteren is het laatste lente-feest en viert de bloei van de natuur. Oorspronkelijk viert men met pinsteren de christelijke gebeurtenis van het uitstorten van de Heilige Geest. Vroeger werden op deze dag de eerste tarwekorrels die net geoogst waren, feestelijk binnengehaald in Jeruzalem. En daarom wordt het ook vaak als een eerste oogstfeest gevierd.

Op de vrij school is het een feest van veel kleur! Er worden bogen met crêpe papier bloemen gemaakt, kinderen spelen bruid en bruidegom en er is een meiboom/pinksterpaal. In de top is een wiel bevestigd, waaraan linten gemaakt zijn. De paal staat symbool voor de boom die het middelpunt van de wereld is. De verbinding met hemel en aarde. Rond deze paal worden door de kinderen pinksterdansen uitgevoerd.

Thuis maken we bloemen van crepepapier en maken we hiervan een mooie slinger. Deze hangen we op in huis boven de seizoenstafel. Ook oogsten we de bloemen uit de tuin om binnen te genieten van de eerste mooie zomer-bloeiers.

Zomer

Sint Jan (24 juni)
Rond deze datum valt de langste dag. Dat betekent dat vanaf nu de dagen weer korter zullen worden. Tijdens Sint Jan vieren we de zomerzonnewende met een uitbundig feest. De natuur bloeit en geeft in overvloed! Het feest is vernoemd naar de bijbelse Johannes de Doper (volgens de bijbel doopte hij Jezus).

Op de vrije school is Sint Jan een heel uitbundig, blij feest. De kinderen dragen een bloemenkrans gemaakt van echte bloemen en gaan picknicken, soms springen ze over het Sint Jansvuur (een vreugdevuur, als je hieroverheen springt geeft dat je moed en kracht voor de komende donkere tijd).

Herfst

Michaelsfeest (29 september)
Aan dit feest hangt een prachtige legende vast: het verhaal van Michael en de draak (ofwel Joris en de draak). Ridder Joris was de enige die de draak wist te verslaan voor de prinses ten prooi viel aan zijn honger. De bijbelse versie van dit verhaal verteld over engel Michael die duivel verslaat, ridder Joris deed ditzelfde op aarde. Het feest leert ons moedig te zijn.
Daarnaast is het het feest van de overvloedige oogst.

We eten pompoensoep en maken een drakenbrood (een brood in de vorm van een draak). We vertellen de kinderen het spannende verhaal van Joris en de draak.

 

Sint Maarten (11 november)
Sint Maarten is de tweede heilige die we tegenkomen op weg naar kerst. Hij deelde zijn mantel in twee en gaf een helft aan een bedelaar. Sint Maarten leert ons offerbereidheid en goedheid. We steken de eerste kaarsjes aan in de eerste donkere dagen.

De kinderen maken van pompoenen of knollen lantaarns (door ze uit te hollen er figuren in te snijden). ‘s Avonds lopen ze met hun lichtjes in optocht van huis naar huis. Naast een optocht bellen kinderen aan en krijgen ze wat lekkers.

Advent (vanaf de vierde zondag voor kerst)
We tellen af naar het grote kerstfeest, de geboorte van Jezus. Ook brengen we elke dag een beetje meer licht in de donkere maanden. Het licht en de verwachting groeien.

Elke zondag tot kerst steken we een extra kaars aan van de adventskrans.

Sint Nicolaas (5 december)
Op 5 december vieren we de heiligendag (die eigenlijk 6 december is) van Sint Nicolaas, Bisschop van Myra. Met Sinterklaas staat het delen en ontvangen centraal. Sinterklaas houdt ons ook een spiegel voor zodat we kunnen groeien tot de beste versie van onszelf.

Wij vullen dit feest in zoals de Nederlandse traditie is, schoentje zetten en pakjesavond!

Sint Lucia (13 december)
Sint Lucia was een martelares. Zij schonk het licht uit haar ogen aan een blinde man. Zij is de brenger van het licht in de donkere dagen.

Op school mag één van de meisjes Lucia zijn. Ze gaat gekleed in een lange witte jurk met rode sjerp en een kaarsenkrans op haar hoofd de klassen rond met de Luciabroodjes en een warme drank. Andere kinderen mogen de sterrenkinderen zijn, tradioneel in een wit gewaad met een punthoed met een ster erop. Thuis maken we een kaarsenkrans, verkleden de kinderen zich in het wit en bakken we brood. Op het brood zetten we kaarsjes (wij gebruiken hiervoor verjaardagskaarsjes).

Kerst (24, 25 en 26 december)
Met kerst vieren we de geboorte van Jezus en de geboorte van het licht na de winterzonnewende. De zon is over haar diepste punt heen; vanaf nu wordt het weer lichter.

We halen een groene (kerst)boom in huis en versieren deze met licht, slingers en ballen. De dagen van kerst eten we met elkaar en met familie.

Dit jaar zullen we alle feestdagen zoveel mogelijk per dag beschrijven in onze blogs, met foto’s. Zo hebben jullie veel inspiratie om thuis de jaarfeesten te vieren!

Leave a Reply